Kort verhaal

Na drie aspirines klopte haar voorhoofd nog hevig. De laatste tijd had ze vaak hoofdpijn, terwijl ze vroeger niet eens wist wat dat was. Met haar ogen dicht masseerde Celine de gevoelige plek. Het was zaterdagochtend en er zou niets van haar weekend terechtkomen als de hoofdpijn aanhield.

Alsof hij zijn vrouwtje wilde troosten, streek Snoetje tegen haar been. Celine streelde de zwarte glanzende vacht van haar kat en zuchtte: ‘Had ik maar zo’n rustig leventje als jij.’ Al aaiend keek Celine naar haar agenda, die opengeslagen op tafel lag. Op elke dag van de week stond een afspraak met een vriendin, een verplichting buitenshuis of dingen om te onthouden. Snoetje sprong naast haar op de bank en liet zich snorrend over zijn kop kriebelen. ‘Jij bent een echte levensgenieter.’

De hoofdpijn verergerde. Als hamerslagen bonkten ze tegen haar slapen. Na een nieuwe pijnstiller trok ze het elastiek van haar staart en bladerde door haar agenda. Vorige week was ze met Mandy naar een braderie geweest en had ze een nieuw stenen beertje gekocht. Inmiddels was haar verzameling uitgegroeid tot vijf volle planken. De beeldjes in de vitrinekast zagen er dof uit, door het laagje stof.

Met Grace, een andere vriendin, ging ze vaak naar een concert of een museum. Een maand geleden waren ze naar de Golden Earring geweest en vorige week naar een expositie van Monet. Altijd kwam Celine thuis met een souvenir, een cd van een artiest of een boek van een tentoonstelling. Terwijl haar blik door de kamer gleed, viel het haar op hoeveel spullen er stonden. Geen plekje op de vensterbank was vrij en vanuit de stellingkast staarden de kunstboeken haar verwijtend aan. Ik zou jullie eigenlijk eens moeten doorbladeren, tobde ze. 

Met een handspiegeltje bestudeerde Celine haar gezicht. Er kwam een koortslip op. Ik ben net zo mat als de beren in de kast, dacht ze somber. Snoetje draaide zich op zijn rug toen Celine hem over zijn buik kriebelde en rekte zich snorrend uit. ‘Jij bent zo helemaal in het nu, voor jou telt geen morgen. Ik wou dat ik zo mindful was als jij.’ 

Celine startte de computer en een zoekopdracht Mindfulness leverde miljoenen hits op. Haar blik gleed over de pagina’s en bleef steken bij de term 100 things challenge. De link verwees naar enkele weblogs. Nieuwsgierig opende Celine de bovenste. Een rommelige site kwam te voorschijn, met schreeuwerige teksten en foto’s van opgestapelde dozen en bergen kleding. Het versterkte haar onrustgevoelens en ze sloot de website. Toen ze op de tweede link klikte, lichtte een pop-up-scherm op, met een advertentie over verhuur van opslagruimte. Niets voor mij, dacht Celine, en ze klikte de site weg. Bij de derde link verscheen een foto van een frisse jongeman, in een zonnig appartement. Hij zat op een bank met een beker koffie en lachte ontspannen in de camera. Ze staarde naar de foto. Hij zag er gelukkig uit. Onbezorgd. De ruimte om hem heen was zo goed als leeg. Een groter verschil met haar eigen woning kon ze zich niet voorstellen. Hij had waarschijnlijk geen last van verplichtingen, dacht Celine. Ze las de tekst op zijn blog. Deze jongen was rustig, omdat hij zo weinig ballast had. Dat was precies wat ze zocht.

Op dat moment kwam er een berichtje op haar telefoon binnen. ‘Een agenda vol afspraken, een huis vol spullen, ik wil even helemaal niemand zien.’ Mopperend negeerde Celine de oproep en las verder op de blog. Hij heette Jim, was zesentwintig en leefde een eenvoudig leven, met de bedoeling om een wereldreis te maken. Jim was bezig om zijn bezit te verminderen tot honderd spullen, voldoende om normaal te kunnen leven, schreef hij. Gretig las Celine door. Zijn weinige spullen beperkten hem niet, maar gaven hem rust. Dat was precies waar Celine naar op zoek was. Rust. Rust in haar hoofd, rust om haar heen. Ze scrolde door zijn blog en las hoe hij het had aangepakt. Het intrigeerde haar. Sinds een maand was hij aan het opruimen en zijn bezit omvatte nog driehonderdvierentwintig items. Hij had een lijst van overtollige spullen gemaakt en beschreef de opluchting wanneer een voorwerp zijn huis had verlaten. Met gesloten ogen maakte Celine een voorstelling van haar huis, met genoeg ruimte om te ademen. Dit wilde ze ook. 

‘Ik begin meteen, bij de schuur.’ Halsoverkop kwam Celine omhoog, terwijl Snoetje luid protesteerde en geschrokken onder de tafel dook. Uit de gangkast pakte ze een rol vuilniszakken, knoopte een elastiek in haar haren en sloeg de voordeur achter zich dicht.

De deur van de kelderbox ging knarsend open en toen Celine het licht aanknipte, leek het alsof ze voor het eerst zag hoeveel spullen ze had. Ze manoeuvreerde zich tussen haar fiets en een stapel dozen en trok het gordijn van een stellingkast opzij. Er stonden lege jampotten, blikken met uitgedroogde verf en een kapot koffiezetapparaat. Kordaat scheurde ze een vuilniszak van de rol en vulde hem met de troep. Ze kwam een fonduestel met oranje geëmailleerde bloemen tegen en draaide het in haar handen. Het was een cadeau van haar ouders toen ze op kamers ging wonen. Na gebruik stonk het huis nog een week naar de olie. ‘Weg ermee,’ besloot Celine en ze liet het fonduestel in de vuilniszak verdwijnen. Ook de kunstschaatsen uit haar jeugd eindigden in de zak. ‘Ik weet zeker dat ik die dingen nooit meer aantrek.’ In een kartonnen doos zaten videobanden, met doorgekraste titels op de etiketten. Ooit waren het kaskrakers, nu waren ze hopeloos verouderd. Ergens moest een videorecorder rondslingeren, ongebruikt vanwege de ingewikkelde bediening. Ze gooide de banden bovenop het fonduestel. ‘Zo, dat is al een volle zak met spullen waar ik niets meer mee hoef te doen.’ Er klonk luchtigheid in haar stem.

Een rozendoorn prikte venijnig in haar vinger toen Celine een verkleurd droogboeket beetpakte. Met een van pijn vertrokken gezicht trok ze haar hand terug en stak de vinger in haar mond. Twee jaar en zes maanden had het huwelijk standgehouden, totdat ze radeloos bij het Blijf-van-mijn-lijfhuis had aangeklopt. Er kroop een rilling over haar rug omhoog. Al tijdens de wittebroodsweken waren er rake klappen gevallen en had ze gehuild van spijt, stil in bed, wanneer hij al sliep. Ze huiverde bij de herinnering aan zijn furieuze getier, toen ze in totale paniek de straat op was gevlucht, nadat zijn vuist haar ternauwernood had gemist en met een dreun tegen de muur was geslagen. De doos met herinneringen aan de trouwerij was nooit meer geopend. Celine kneep haar ogen stijf dicht, vouwde het deksel naar beneden en verplaatste de doos met de punt van haar schoen naar de deur. Straks moest het glasservies eraan geloven, het huwelijkscadeau van tante Tiny en ome Wim. Misschien was Mandy er blij mee. 

In een gescheurde reiskoffer zaten de gordijnen van haar kinderkamer, met dieren uit de Fabeltjeskrant. ‘Wie kent Meneer de Uil nog?’ vroeg ze zich hardop af. Stellig frommelde Celine de gordijnen in een vuilniszak. Ze wilde als Jim zijn. Licht en luchtig.

Nieuwsgierig tilde Celine het deksel van een schoenendoos en ontdekte oude cassettebandjes. Neil Diamond 1978, en op een andere cassette stond Disco eindexamenfeest 1982. Het plastic versplinterde toen alles in de vuilniszak belandde. 

Neuriënd mikte ze overgebleven rollen behang weg en propte een zak vol met restanten wol, bestemd voor de breiclub van het buurtcentrum. Haar hoofdpijn was verdwenen en monter floot ze het deuntje van de Loveboat. 

‘Au, verdorie.’ Er viel een doos naar beneden, precies op haar voet. Het karton scheurde en op de grond verspreidden zich plakboeken en losse knipsels uit haar kindertijd. Celine bukte zich, bladerde even door de verkleurde pagina’s en schoof alles bij het oud papier. Jim moest ongetwijfeld niets hebben van sentimenteel gedoe.
Aan het einde van de dag hadden meer dan vierhonderd spullen het veld geruimd en was de kelderbox leeg, op haar fiets na.

Terug in de woonkamer knuffelde Celine met Snoetje. Ze begreep hoe Jim zich moest voelen. ‘Dit is mijn doel voor de komende weken, lief zwart kroelbeest. Ik ga ook leven met honderd spullen.’

De rommelkamer werd het volgende opruimproject. Hier kwam Celine niet graag, er hing een negatieve energie en het leek er altijd een paar graden killer dan in de rest van het huis. ‘Op mijn vrije zaterdag kan ik hier schoon schip maken,’ zei ze, terwijl Snoetje zich spinnend liet aaien. ‘De kelderbox uitruimen vorige week is me goed bevallen.’ 

Er stond een fitnessapparaat, met een laken erover gedrapeerd. Het kreng van Teleselling was maar drie keer gebruikt. Op televisie zag het er zo eenvoudig uit, alsof er niets leukers in de wereld bestond dan een work-out op dit martelwerktuig. De graatmagere modellen in de promotiefilm konden er geen genoeg van krijgen. ‘Dat gaat naar Marktplaats.’ Met haar telefoon maakte Celine een foto voor een advertentie. 

De maagdelijke schilderdoeken, geklemd tussen de kast en een stapel plastic kratten, schreeuwden om verf. Ooit vol enthousiasme aangeschaft, maar nooit aan begonnen. Mogelijk wist Grace er raad mee. 

In de kast vond ze een doos met kerstversiering. Vroeger waren de feestdagen fijn, met het gezin nog helemaal compleet. Zonder pardon sjouwde Celine de doos naar de hoek, om weg te geven.
‘Die kunnen naar de toneelclub van de wijkvereniging,’ grinnikte Celine, toen ze de verzameling dameshoedjes uit haar tienertijd tegenkwam. Daarachter lag een schaal van tante Doortje. Wanneer ze op visite kwam, haalde Celine het spuuglelijke ding tevoorschijn en zette hem, gevuld met fruit, op tafel. Desondanks mopperde haar tante: ‘Kind, zo is het bijzondere motief op de bodem helemaal niet zichtbaar.’ Met een sierlijke worp keilde Celine de schaal in de doos voor de kringloop. Er brak een stuk af. ‘Nog beter, zo heeft niemand er nog last van.’ Grijnzend kwakte ze de scherven bij het afval. 

Er lagen een zak met sleutelhangers, een enorme verzameling plastic voorraadbakjes, receptenboeken uit de tijd dat taarten bakken haar hobby was en een rieten mand met ouderwetse sjaals in onbestemde kleuren. Onderin de kast stond een metalen koffer met tangen, een hamer, drie schroevendraaiers en talloze losse spijkers. ‘Met mijn twee linkerhanden heb ik hier niets aan,’ woog ze af, en ze trok de zware koffer uit de kast.

Met een knoop in haar maag bekeek Celine de laatste doos, gevuld met kinderspeelgoed. Haar lievelingspop Mariska, haar winkeltje en Teddy waren bewaard gebleven voor als ze zelf kinderen kreeg. Dat zou Jim nooit doen. Het rook belegen. Vastberaden sloot ze de doos en schreef er Roemenië op.
De lege kastplanken staarden haar genoegzaam aan. ‘Waarom heb ik in hemelsnaam nooit eerder opgeruimd?’ 

’s Avonds stond de gang vol met zakken en dozen, klaar om het huis te verlaten. Ze moest aan Jim denken, hoeveel ze aan zijn adviezen had. Hij gaf haar kracht, ze had hem nodig. Tevreden genoot ze van een glaasje wijn, toen de telefoon ging.
‘Wat is er met je aan de hand? Ik heb je een berichtje gestuurd, maar ik hoor helemaal niets van je.’ Mandy klonk verwijtend. ‘Ga je morgen mee naar de braderie om een nieuw beertje te kopen?’ 

Celine antwoordde dat ze druk bezig was om haar huis op te ruimen. ‘Ik wil met je mee, maar ik koop niets.’ Terwijl Mandy doorratelde, telde Celine haar verzameling. Er stonden achtentwintig beren in haar vitrinekast, in allemaal verschillende houdingen. Twee kleine beertjes, die haasje-over speelden, moederbeer met babybeer op schoot en een beer in een tuinbroek, met een hengel tussen zijn poten geklemd. Die laatste was een herinnering aan een uitzendbaantje. Van het eerste salaris had ze de vissende beer gekocht. De maand daarna was ze niet meer teruggegaan naar haar werk. Celine rilde toen de grijpgrage handen van haar chef weer in haar hoofd drongen. Het was tijd om afstand te doen van de verzameling.
‘Weet je wat, je krijgt die van mij.’
‘Wat bedoel je, je krijgt die van mij?’ Er klonk ergernis in Mandy’s stem.
‘Ik houd ermee op, je mag mijn hele verzameling beren hebben.’
Mandy vroeg of haar vriendin gek was geworden. ‘Je bent er al zo lang mee bezig.’
‘Dat is juist een reden om ermee te stoppen. Ik heb nu andere boeiende interesses.’ Celine vertelde dat ze aan een nieuw project werkte, dat ze afstand van spullen deed.
‘Hoe ver wil je gaan?’
‘Tot honderd.’
Het bleef even stil aan de andere kant, alsof Mandy tijd nodig had om de schokkende boodschap te verwerken. ‘Honderd? Weet je wel hoe weinig dat is?’
‘Toch wil ik het. Ik zit midden in dit proces en het bevalt me goed. Ik ga door.’
Ze zweeg over Jim, ze wilde hem met niemand delen.
Een half uur later stond Mandy aan de deur om de beren op te halen. ‘Ik voel me als een kind in een snoepwinkel,’ riep ze, terwijl ze de beeldjes in papier wikkelde en voorzichtig in een doos legde. De blijdschap van Mandy maakte Celine gelukkig. Dit moest Jim ook gevoeld hebben. De band met hem werd steeds sterker.

Het was maandagochtend en Celine glimlachte tevreden toen ze door haar kelderbox en rommelkamer liep, om naar de leegte te kijken. Ze dacht aan Jim en voelde een lichte opwinding. Eigenlijk moest ze werken, maar ze had zich ziek gemeld. Het hele huis moest gedaan worden. Met de inspiratie van Jim kon dat niet misgaan.

Gewapend met een vuilniszak struinde Celine door het huis. Overjarige pakken rijst en blikken bonen, een kapotte föhn en stompjes kaarsen in de voorraadkast verdwenen in de zak. In de keuken haalde ze overtollige schalen en kopjes uit de kasten. Ze hoefde geen servies voor tien personen. Dat had Jim ook niet.

In de woonkamer liet ze verkreukelde tijdschriften, oude verjaardagskaarten en nutteloze administratie in een doos glijden. Het vloerkleed liet een verkleuring op het parket achter, maar sinds Snoetje het kleed tot krabplek had omgedoopt, was het mooie er toch al vanaf. Ze rolde het op en zette het bij de voordeur. Uit haar muziekverzameling haalde Celine alle cd’s die ze zelden draaide. Haar collectie was omvangrijk, de helft had ze nog nooit beluisterd. Grace zou er beslist iets aan hebben, wist Celine. 

Tussen een stapel papieren kwam ze een cursus Frans tegen, die haar herinnerde aan een mislukte poging om de taal te leren. Ze wierp het hele pakket in de afvalbak. Dat was een tip van Jim. Spullen die je een schuldgevoel geven, moet je wegdoen. Ze las zijn blog elke dag. Als hij geen nieuws had, staarde ze soms minutenlang naar zijn foto.

In de slaapkamer controleerde Celine haar kledingkast en haalde alle miskopen eruit. Met een gevoel van spijt dacht ze aan de verspilde euro’s. Bij sommige kledingstukken zat het prijskaartje er nog aan. 

De collectie stenen op de vensterbank, herinneringen aan verre landen, verzamelde ze in een plastic zak. De reizen zaten in haar geheugen, daar waren die stenen niet voor nodig. Wanneer ze straks boodschappen ging doen, kon ze de stenen tussen de struiken leggen en ze de vrijheid teruggeven. Veertien spullen minder. Weer een stukje dichter bij Jim.

Met haar hand gleed Celine langs de boeken en vulde vier dozen voor de kringloop. ‘Die hoef ik niet meer te lezen,’ fluisterde ze. De kringloop kende haar inmiddels bij haar voornaam. Voortaan zou ze boeken bij de bibliotheek halen. Geleende spullen hoef je niet mee te rekenen voor de uitdaging, schreef Jim. Boeken over kunst hield ze apart, voor Grace. Celine zag haar opgetogen gezicht al voor zich en glimlachte bij die gedachte. Ze telde de boeken en stopte ze in een doos. Het waren er drieënveertig. De achttien boeken die overbleven, schoof Celine terug in de kast. Jim had ook een klein stapeltje overgehouden. Ze begon in haar gedrag steeds meer op hem te lijken. Zielsverwanten zijn we, mijmerde ze, terwijl ze aan zijn knappe gezicht dacht. 

Op woensdagavond zat Celine aan tafel en startte haar pc, om de notulen van een vergadering uit te werken. Haar laptop zou ze nooit wegdoen, een flink aantal opdrachten van kantoor kon ze thuis uitvoeren. Celine schrok toen de kerkklok elf uur sloeg. Ze had nog niet veel slaap, opruimen maakte haar energiek. Daarom zag Jim er natuurlijk ook zo levenslustig uit. 

Snoetje sprong op tafel, jengelde om aandacht en gaf kopjes tegen haar arm. ‘Ha lieverd, je hebt zeker honger?’ Het dier huppelde achter haar aan toen ze opstond en naar de keuken liep. Eigenlijk heb ik door die kat extra veel spullen, dacht ze. Ze telde zijn etensbakje, speciale lepel, kattenbak, vlooienkam en speeltjes. ‘Ik gebruik voortaan mijn gewone bestek en bord,’ sprak ze beslist en ze kieperde het voerbakje en de lepel in de vuilnisbak. Terwijl Snoetje zijn eten opsmakte, dacht Celine terug aan de afgelopen tijd. Het was gemakkelijk om afstand te doen van oude zooi, maar sentimentele spulletjes loslaten was lastiger. Het had moeite gekost om de dagboeken uit haar pubertijd weg te doen, ze had toch doorgezet. Ze mocht Jim niet teleurstellen. Er moesten nog honderden voorwerpen het huis uit. Celine dronk nog een wijntje en stapte even later haar bed in. Die nacht droomde ze over Jim. 

Grace reageerde opgetogen toen ze op zaterdagavond bij Celine kwam eten en de schilderuitrusting en de stapel kunstboeken zag. ‘Overdrijf je niet een beetje, met die honderd spullen?’
‘Het lucht me op.’ In haar gedachten gaf Jim zijn goedkeuring. Celine schepte de borden vol en veegde de foto’s opzij, die uitgespreid over tafel lagen.
‘Ben je je foto’s aan het inplakken?’
Celine antwoordde dat ze alle fotoboeken reduceerde tot één.
Grace trok haar wenkbrauwen op. ‘Laat me raden. In het kader van je project.’
‘Ik had er twintig.’ Celine prikte een aardappel aan haar vork en stopte hem in haar mond.
‘Dus dan ben je weer negentien spullen kwijt,’ vulde Grace aan. ‘Neem je het niet een beetje te letterlijk?’
De vraag negerend wees Celine naar de dozen in de hoek. ‘Ik heb mijn cd’s uitgezocht. Neem jij die ook mee?’ Tegelijkertijd vulde ze hun glazen opnieuw met wijn.
Aan het einde van de avond hielp Celine mee om alles naar de auto te sjouwen. De vriendinnen omhelsden elkaar. ‘Je weet zeker dat je geen spijt krijgt?’
Celine schudde haar hoofd, terwijl ze opgelucht aan de ruimte in haar huis dacht. Zo was het bij Jim ook. Hij zou trots op haar zijn. 

Nadat Grace was vertrokken, zakte Celine onderuit op de bank. De kamer was een stuk leger dan twee weken geleden. De zitzak was verkocht en alle prullaria had een nieuwe bestemming bij de kringloop gevonden. Haar kamer leek groter dan voorheen. Was dit de juiste weg? Ze moest natuurlijk wennen aan de ruimte, corrigeerde ze zichzelf. Dit was haar nieuwe levensdoel en ze kon niet bij de eerste aarzeling de handdoek in de ring gooien. Dat deed Jim ook niet. Die zette door, ook al schreef hij dat het soms moeilijk was. Deze week had hij weer zestien spullen weggedaan. Voornamelijk kleding, had ze gelezen op zijn blog. Ze moest hem volgen. Hij stond achter haar, dat wist ze zeker. Haar grote voorbeeld, haar idool. 

Abrupt stond Celine op, griste een rol vuilniszakken van de plank en nam die mee de trap op. Alleen wanneer ze meedogenloos was, kon ze de achterstand op Jim inlopen. In haar slaapkamer stond alleen nog een bed en een kast. Celine opende de deur van de kledingkast, die nog steeds overdadig vol oogde. Als een bezetene haalde ze er alles uit dat ze bijna nooit droeg. De jurk die haar flets maakte, het rokje dat knelde en een broek die flodderde. Vijf zakken raakten vol en met een grimmig gezicht zette ze die bij de voordeur om morgen in de kledingcontainer te storten. Vijfentachtig spullen minder. Ze kwam steeds nader tot Jim.

Er was een maand voorbij sinds Jim in haar leven was gekomen. Rusteloos doolde Celine door haar huis. Nog niet zo lang geleden ging ze op zaterdag winkelen met Mandy, nu speelde Jim de hoofdrol. Ze voelde vlinders in haar buik kriebelen. Nooit eerder had ze zulke diepe gevoelens voor iemand gekoesterd. De telefoon ging, Celine negeerde het signaal. Haar blik dwaalde door de woonkamer, die vrijwel leeg was. Er stond nog een bank, een eettafel met twee stoelen, een boekenkastje met daarop een televisie en bij het raam hing een plant. Celine telde de spullen. Vierentwintig. Jim had zeventien spullen in zijn woonkamer. Het spiertje bij haar linkerooglid trilde. 

In de keuken trok ze een lade open. Vierendertig stuks telde ze, terwijl ze de inhoud van de andere kastjes niet had meegerekend. Verschrikkelijk, wat een catastrofe, dacht Celine, de complete keukeninventaris van Jim bestond uit vijfentwintig voorwerpen. Als ik niet ingrijp, valt mijn project in duigen. Ze schudde de kattenbak leeg en zette hem resoluut naast de afvalbak. ‘Snoetje moet voortaan zijn behoefte in de tuin doen,’ redeneerde ze. 

De bel ging. Verstoord keek ze naar de voordeur. Ze pakte een plastic tas en smakte er zeven borden, een mixer, een koffiezetapparaat en twee lepels in. Dat scheelde weer elf spullen.

Opnieuw ging de bel. Vaag herinnerde Celine zich dat Mandy koffie zou komen drinken. Dat kwam haar echt niet uit. Ik wil mijn aandacht bij Jim houden, besloot ze. Voorzichtig gluurde ze langs het raamkozijn en zag nog net hoe haar vriendin wegliep en het tuinhek achter zich dichttrok. Celine dronk een glas water, startte haar computer en opende de blog van Jim. Hij liep nog steeds voor op haar. Gisteren stond hij op honderdtwaalf, las ze. Enthousiast schreef hij hoe hij een spijkerjack, zijn horloge en een kurkentrekker had weggegeven. Vandaag was zijn blog nog niet bijgewerkt. Celine ritste haar fleecevest open en veegde het zweet in haar hals weg. Nog een verschil van honderdvierenveertig. Ze keek in zijn lachende ogen en smolt.

Waar kon ze nog snijden? De kasten dan toch nog een keer. Vastbesloten stopte ze alle boeken in een zak. Ze zou ze missen, maar ze moest wel, anders haalde ze de honderd nooit. In de liefde moest je stappen durven zetten. 

Bij haar kledingkast hupte ze onrustig van het ene been op het andere. ‘Hoeveel heb ik nodig?’ vroeg ze hardop aan zichzelf en ze streek met haar hand langs de resterende kleren. ‘Ik draai elke drie dagen een was, dus als ik voor vier dagen kleding heb, is dat voldoende.’ Celine haalde twee broeken uit de kast en legde die op haar bed. Daarnaast drapeerde ze een trui, drie shirts, een blouse, een jurk en een rok. ‘Als ik dit combineer, kan ik zes dagen vooruit. Dat is meer dan genoeg.’ De kleding die in de kast achterbleef, perste ze in vuilniszakken, die ze naar de gang sleepte. Met een verbeten uitdrukking op haar gezicht zocht Celine ondergoed en sokken uit en vulde daarmee de hoeveelheid kledingstukken aan tot veertig. Evenveel als Jim.

In de badkamer telde ze haar verzorgingsproducten. Haarlak, doucheschuim in verschillende geuren, tandpasta, parfums, flosdraad, deodorant, dagcrème, nachtcrème, lotion, diverse soorten gezichtsmaskers, scrubcrème en talloze kleuren nagellak. Ze schudde haar hoofd en zuchtte. Zesenvijftig was veel te veel. Ze haalde alles weg, totdat er elf artikelen overbleven. 

Vinnig telde ze de spullen in haar huis. Wat er nog stond had ze echt nodig. Van de kapstok pakte ze een sjaal en liet die in de zak glijden. Ze griste uit kastjes, trok lades open en schudde die leeg boven vuilniszakken. Haar wangen gloeiden. Celine draafde door de woonkamer, de keuken, de slaapkamer en de douche. Het was nog niet genoeg. Ze zat nog boven de honderd. Ze hijgde. Stel dat Jim erachter kwam dat ze niet tot honderd kon komen. Wat een loser was ze dan. Dat mocht niet gebeuren. 

Het klonk hol terwijl ze door de woonkamer ijsbeerde. Ze voelde zich dicht bij Jim, zijn aanwezigheid was bijna tastbaar. Ondanks haar inzet dreigde het mis te lopen. Als ze niet een laatste stap zette, was hun liefde verloren. Jim zou haar de rug toekeren, haar minachtend negeren. Zo’n zwakkeling, daar kon hij zijn leven toch niet mee delen? 

Opnieuw telde ze de spullen in huis. Ze stond nu op honderd en één. Tranen brandden achter haar ogen. Het moesten er honderd worden. Haar hartslag versnelde. Honderd, dat had ze toch wel voor hem over? 

Op haar telefoon zag ze dat er twee uren voorbij waren gegaan. Hoeveel kon Jim doen in die tijd? Ze opende zijn blog. Hij stond nu op honderdvijf, las ze. Ze zag hem lachen op de foto, in zijn kale woning. Haar buik tintelde. Honderdvijf. Ze had hem ingehaald. Ze had haar inspirator geëvenaard, nee, verbeterd. Honderd en één. Nog steeds één te veel. Er moest nog één ding weg, dan zat ze op honderd. Celine slikte. Al haar spullen had ze nodig om te kunnen leven. Alles was tot het absolute minimum beperkt. Kleding, bed, tafel, stoel, paspoort, fiets, bril, computer en sleutels. Ze kon alleen loslaten wat niet essentieel was voor haar bestaan. Ze moest sterk zijn. Alles moest wijken voor de liefde, voor haar liefde voor Jim. Nu kwam het erop aan om de uitdaging te trotseren. Ze wees naar Snoetje. ‘Honderd.’


Meer verhalen van Sylvia Vermont in het boek Strikverhalen 

ISBN 978-94-92115-10-2
Prijs € 14,95