Interview

Mano Bouzamour (28) heeft de looks van een filmster. Precies wat hij had willen worden, maar acteren en zingen vond hij niks, zo bleek op de toneelschool. Gelukkiger werd hij van schrijven. En met succes: zijn eerste boek ‘De belofte van Pisa’ werd een bestseller en is nu verfilmd. De film is vanaf 10 oktober in de bioscoop te zien.

De belofte van Pisa speelt zich af in Amsterdam. Het verhaal gaat over een jongen die zich losmaakt van de verwachtingen van zijn ouders en van de maatschappij. Hij moet zichzelf worden, en gebruikt zijn levenslust als wapen.

 

 

‘Let’s go my dear.’ zegt Mano als we een fijn hoekje hebben gevonden in The Dylan. Het hotel is één van zijn favoriete plekken in zijn stad Amsterdam.
‘Je moet die film zien joh. Gister hadden we een viewing met de ouders van hoofdrolspeler Shahine el Hamus. Ik noem hem Shine. Hij is de nieuwe Al Pacino. Shine draagt met zijn 18 jaar oud de hele film. Elke keer als ik De belofte van Pisagezien heb kan ik daarna even niks doen. Ik ben dan zo intens geraakt door de personages, de acteurs en actrices. Het is zo ontroerend. Het is niet standaard Nederlands acteerwerk. Dit is echt en nergens houterig.’

Je hebt eens tegen me gezegd dat écht schrijven gaat over de dingen die je juist niet wilt opschrijven. Omdat oprechtheid het allerbelangrijkste is.
‘Authenticiteit. Spot on. Je moet je hart blootleggen, oprecht durven zijn. Dan raak je de lezer echt. Iemand die mij inspireerde was rapper Tupac. Hij was super rauw, stoer en kwetsbaar. Het nummer Dear Mama, je weet wel: dat liedje over zijn moeder.’ (Zachtjes zingend:)
And even as a crack friend, mama
You always was a black queen, mama
Als kind analyseerde ik zijn songteksten al. Zelfs als een drugsverslaafde was je een koningin. Waarom zou je dat openlijk over je moeder zeggen? De hele wereld weet dat dan nu?! Maar oh, wacht even, hij zegt óók dat ze een queen is… Juist door zo kwetsbaar te zijn was Tupac ijzersterk. Dat heb ik van rappers geleerd: dat je jezelf mag en kan zijn.’

Authenticiteit is een beetje een modewoord. ‘Volledig jezelf zijn’ is nogal een uitdaging in een wereld waarin je vaak wordt gepusht toch iemand anders te zijn…
‘Ja maar het is waar. Je voelt ‘echt’ altijd tussen de regels door. In een boek stijgt het op tussen de pagina’s, de zinnen en de woorden.’

 

 

Mano, de romanschrijver. Hoe ben je er gekomen?
‘Dat ik schrijver ben geworden, was niet vanzelfsprekend. Papa en mama zijn in de jaren ‘70 van Marokko naar Amsterdam gekomen, waar ik ben opgegroeid met drie boers en drie zussen. Op het pleintje voor de deur waar we woonden, zaten jochies op de bankjes. Zij waren de verhalenvertellers. Ze deden dat fucking goed. Met heel veel humor, super ad rem, geestig en beeldrijk. Op straat heb ik geleerd hoe ik een verhaal moet vertellen. Later heb ik het meer verfijnd door het lezen van boeken en kijken van films. Ik ben een filmfanaat. Ik ontdekte 25th hour van David Benioff. Op de aftiteling stond dat het gebaseerd was op een boek. Ik ging het boek lezen en checkte al zijn andere werk. Keek zijn filmpjes op YouTube. Toen wist ik: dit is wat ik wil. Ik moest gewoon een boek gaan schrijven. Mijn grote wens was een bestseller en dat het verhaal verfilmd zou worden. Ik had alleen geen oom die een boek had geschreven. Of een tante die bij De Volkskrant werkte, zodat ik daar even stage kon lopen. Maar ik had wel mijn schrijfhelden gevonden.’

Je debuteerde op 22- jarige leeftijd met ‘De belofte van Pisa’.  Volgende week draait de film in de bioscoop. Hoe voel je je?
Mano lacht nerveus.
‘Ik voel me heel raar en goed. Ik ben alleen maar bezig geweest met de film de afgelopen tijd. Dat was mijn leven. Het is gewoon fucking onwaarschijnlijk dat straks de filmpremière in Tuschinski is. Het maffe is dat ik het verhaal niet alleen heb geschreven, maar ook gedeeltelijk zelf beleefd.
Tijdens het maakproces van de film heb ik veel gesproken met regisseur Norbert ter Hall en scenarist Robert Alberdingk Thijm. Ze doen nooit boekverfilmingen maar wilden dit graag maken.
Het boek is van mij, de film is van hun. Ze vroegen mij of ik wel betrokken wilde zijn. Ik zei tegen Robert: pas de scènes aan, verander ze, voeg toe en doe wat je wilt. Ik wilde ze de vrijheid geven en heb alleen af en toe ingegrepen bij culturele dingetjes. Een voorbeeld: je wordt bij ons als kind niet naar je kamer gestuurd. Dat is geen straf bij Marokkanen. Het is vernederender als je in de huiskamer wordt aangepakt, met het hele gezin erbij. Zo’n scene is aangepast. En ik heb sommige zinnen toffer gemaakt, meer van de straat.’

Iedereen kan straks wat van de film vinden? Best eng lijkt me.
‘Ja, dat mag ook, dat is wat kunst is. Ik was er elke dag bij op de filmset. Bij elke take en iedere viewing. De film werd steeds korter, beter, sneller en vetter. Het is een lange tijd van jou alleen. En nu is het straks van de wereld. Mensen gaan er dingen in zien die wij niet zo bedoeld hebben, en dat is alleen maar mooi. Ik ben een beetje jaloers op de kijker die hem voor het eerst gaat zien.’

 

 

Wilde je niet stiekem zelf ook een rolletje in de film spelen?
‘Ik heb na de middelbare school een toneelopleiding gedaan. Maar ik ben geen acteur. Daar kwam ik tijdens de opleiding achter. Van spel en dans werd ik doodongelukkig. Het is ook goed om te weten wat er niet voor je is weggelegd. Ik dacht: fuck jullie, ik ga schrijven. Ik heb overigens wel een glimprolletje in de film.’

 

 

Het valt me op dat je veel aan ‘giving back’ doet. Jongeren zien je als een rolmodel.
Ik ben langs allemaal scholen gegaan om scholieren te enthousiasmeren voor boeken, ze aan te zetten tot lezen. Mijn fanbase groeit en ze groeien met mij mee. Ik ben er heel trots op dat ‘De belofte van Pisa’ op de literatuurlijst staat. Ik begin zo’n lesuurtje met: jullie mogen zo schaamteloos mogelijk zijn. Dat is het beste. Ze worden dan rood of gaan giechelen. Vaak vragen leerlingen naar ‘het triootje’ in het boek. Is dat echt gebeurd?’

Je hoofdpersoon Sam is veel in de gym te vinden. Ben jij zelf ook nog zoveel aan het sporten?
‘Ik voel me nu chill. Let op mijn eten en neem vaak massages. Het is fijn als je goed in je lijf zit. Maar dat harde trainen hoeft nu niet meer. Het was ook om mijzelf te wapenen.
Ik moest vechten tegen de buitenwereld. Ik dacht: er komt zoveel op me af, ik moet sterk zijn. Nu kan ik overal beter mee omgaan.’ (De ouders van Mano Bouzamour zijn gelovige moslims die na het uitkomen van het boek drie jaar lang weigerden met hun zoon te praten. Ze vonden vooral de seksscènes en kritische stukken over de islam moeilijk te accepteren. – TK)

Als schrijver ben je soms best eenzaam.
‘Het kan tegen je keren, die vrijheid. Die eenzaamheid die is er en die moet je af en toe even toelaten. Als schrijver ben je alles in één: de producent, de art director, de regisseur, de acteur in jouw verhaal. Het was fijn om tijdens het maken van de film met een hele grote groep te zijn. Om een dagbesteding te hebben en om je gedragen te voelen door meerdere schouders.’

 

 

Amsterdam is je stad, maar je wil wel stappen naar Amerika maken.
‘Dat is nog een jongensdroom. Ik ga nu er voor het eerst heen. Geen idee hoe dat zal zijn. Ik moet de vibe voelen. Ik ga daar langs uitgevers. Het zou te gek zijn als mijn boeken straks daar in een boekhandel als Barnes & Noble verkrijgbaar zal zijn. Mijn boek is nu al in het Spaans en Duits vertaald.

En in het Marokkaans?
‘Dat lijkt me te gek. Alleen is het analfabetisme daar zo hoog, er is maar een kleine laag van de bevolking die leest.’

Heb je al een nieuwe droom?
‘Een Hollywoodfilm of -serie schrijven zou geweldig zijn. Maar ik wil ook hier blijven hoor. Ik vind Amsterdam gewoon heel tof. Ik was laatst op Bali, maar ben eerder teruggekomen omdat ik gewoon homesick was. Inspiratie vind ik overal.
In mijn hoofd schrijf ik alweer aan iets nieuws. Soms stop ik even op de scooter. Dan stap ik af en schrijf ik die ene zin op. In notities op mijn telefoon. Maar het lekkerst schrijf ik als het koud is, met het raam open. That’s it my dear.’

Mano pakt zijn tas met laptop. ‘Weet je Tanja? Dit is het eigenlijk. Omarm je eigen gekte. Dat is ook de boodschap van bijvoorbeeld cabaretier Hans Teeuwen. Iets waar je als schrijver naar streeft. Vrijheid in je hoofd. Dat je weet wat je wilt zeggen over de wereld en over jezelf. En je gekheid is dan weer inspirerend.’

 


Tanja Kok is auteur van het boek Help! Ik ben model, dat in 2018 bij Uitgeverij Prometheus verscheen.

 


Interview Tanja Kok Fotografie Brenda de Vries, Met dank aan Hotel The Dylan Amsterdam